IN DE SPOTLIGHT verlichtingsexperts Willem Dammers en Eric Heutinck

De toekomst van verlichting in vijf stellingen

Door: Jessica Merkens

De ontwikkeling van licht is de laatste decennia in een stroomversnelling geraakt, mede door de komst van LED-verlichting. Wat kunnen we in de nabije toekomst nog meer verwachten op dit gebied? We legden verlichtingsexperts Willem Dammers en Eric Heutinck van TRILUX Benelux vijf stellingen voor.

"Het liefst zou ik willen dat die ontwikkeling naar pay-for-use nog veel sneller gaat"

1
Over twintig jaar ‘bezit’ niemand meer licht

Willem: Als je terugkijkt heeft de ontwikkeling van licht een ongelofelijke vlucht genomen. Eigenlijk moet je als gebruiker licht niet meer willen bezitten.

Eric: Het liefst zou ik willen dat die ontwikkeling naar pay-for-use nog veel sneller gaat, maar de bouwwereld is een traditionele wereld. Het is de omslag van een lineair naar een circulair model. Als je als producent eigenaar blijft van je spullen en de gebruiker betaalt alleen voor het gebruik ervan dan heeft dat zóveel positieve gevolgen. Je krijgt een beter productontwerp en er wordt zorgvuldiger omgegaan met materialen omdat je die als fabrikant ook weer terugkrijgt. De gebruiker hoeft ook niet die enorme investering te doen. Dat is een geweldig concept. Wat ons betreft kan het al binnen een jaar gebeuren, maar realistisch gezien hoop ik dat het binnen twintig jaar gebeurd is.


Willem: Betalen voor gebruik in plaats van bezit is zeker geen hype. Je ziet ook wel dat de behoefte verandert, in plaats van iets hebben wil je het gebruiken. Neem het navigatiesysteem in je auto. Op het moment dat je het koopt is het alweer verouderd, terwijl je eigenlijk gewoon goede navigatie wil hebben die permanent up to date is.

Elisa Achterberg legt uit waarom je straks geen lampen bij de Ikea koopt, maar de dienst 'licht' afneemt

2
Pay-for-use is de oplossing voor overmatig energieverbruik

Eric: Verlichting verbruikt energie. Als de producent ook de energierekening overneemt, dan moet deze zorgen dat hij de meest energiezuinige verlichting installeert. Dat is de kracht van dit model.


Willem: Je moet van duurzaam ontwerpen naar duurzaam gebruiken, daar zit een enorm verschil in. Je kan wel een duurzaam gebouw ontwerpen, maar daarna geef je de sleutel af aan de gebruiker. Die gaat misschien wel heel anders met het gebouw om, ruimten functioneel anders gebruiken of ramen open zetten.


Eric: Als ik als fabrikant de energierekening betaal dan ga ik ervoor zorgen dat het systeem slim in elkaar zit. Dat het licht bijvoorbeeld automatisch uitgaat als er niemand aanwezig is. Die technologie hebben we ook beschikbaar. Als ik die energierekening niet zou betalen, who cares?


Willem: Het beste licht is natuurlijk zonlicht, dat moet je maximaal benutten. Als er op een dag veel zonlicht is dan kan je ervoor zorgen dat je zo minimaal mogelijk kunstlicht hoeft bij te mengen om nog steeds alle functionaliteiten te bieden.


Eric: Verlichting is een substantieel deel van de totale energierekening maar wordt niet apart gemeten. Het is enerzijds bewustwording over hoeveel procent verlichting is van je totale energierekening. En anderzijds de integrale benadering vinden zodat je door minder te betalen ook nog eens betere verlichting krijgt.

"Architectuur en energie-efficiëntie kunnen heel goed samen, zijn geen tegenpolen van elkaar"

3
Beter een doorsnee gebouw met een intelligent verlichtingsplan dan een slecht verlicht ‘state of the art’ gebouw

Willem: Als het een state of the art gebouw is met een slecht verlichtingsplan dan hebben wij ergens iets laten liggen, ha. Verlichting geeft je de mogelijkheid om je gebouw te laten onderscheiden. Architectuur en energie-efficiëntie kunnen heel goed samen, zijn geen tegenpolen van elkaar.


Eric: Je ziet ook wel eens dat er veel geld wordt besteed aan de architectuur of inrichting en dat er aan het einde aan verlichting wordt gedacht. Eigenlijk moet je daar aan het begin van het proces samen over denken, zodat de verlichting het ontwerp kan ondersteunen.


Willem: Een mooi voorbeeld is the Green House. Een prachtig gebouw, architectonisch hoogstandje en ook verschrikkelijk duurzaam.


Eric: Duurzaamheid heeft een beetje een geitenwollensokken imago. Terwijl het naast energiezuinigheid ook over comfort gaat. The Green House is een heel comfortabel modern restaurant met alle gemakken van deze tijd en het is circulair.


Willem: Uiteindelijk draait het om sfeer, en zonder licht is het toch ongezellig tafelen!


Artist Impression The Green House: CEPEZED

Artist Impression The Green House: CEPEZED

4
Verlichting is een creatief beroep

Eric: Absoluut. Je moet heel goed kijken naar de applicatie en daarbij komt creativiteit om de hoek kijken. Is het een restaurant of kantoor en hoe past de verlichting daarbij? En ook dat het past bij wat de gebruiker wil.


Willem: De verlichting is ook afhankelijk van de functie van het gedeelte van het pand. De entree mag mooi verlicht zijn, terwijl een kantoor heel functioneel verlicht moet zijn en toch sfeer moet hebben.

Uiteindelijk opent de opdrachtgever het pand en denkt bij zichzelf, was dit wat ik in mijn hoofd had zitten?

5
Er wordt te conservatief over licht nagedacht in de bouwketen

Willem: Zeker. Het belangrijkste om tot een goed lichtontwerp te komen is dat je spreekt met de opdrachtgever van het pand. Wat wil hij nou, wil hij zich onderscheiden en hoe? En wat kunnen we daarvan maken met onze kennis en kunde? Dat moet je samen met de partners in de keten doen: de architect, de adviseur, de installateur. Het gaat erom dat de keten samenwerkt om voor de eindgebruiker het meest optimale gebouw te realiseren. Waar het vaak misgaat is dat de opdrachtgever een droom in zijn hoofd heeft hoe hij zijn gebouw wil hebben. Dan gaat het langs de verschillende partijen, die overal ergens een concessie moeten doen. Uiteindelijk opent de opdrachtgever het pand en denkt bij zichzelf, was dit wat ik in mijn hoofd had zitten? Om dat te voorkomen is het heel belangrijk dat de regie in handen blijft van de opdrachtgever of eigenaar van het pand, met de eindgebruiker als uitgangspunt.


Eric: Het verschil tussen de eigenaar en de gebruiker is belangrijk. Het makkelijkst is als deze hetzelfde zijn, bijvoorbeeld in je eigen huis. Maar in veel gevallen zoals bij kantoren is dat niet het geval. De eigenaar investeert, de gebruiker betaalt huur en misschien de energierekening. Gaat de eigenaar dan investeren in verlichting die energiezuinig is? Het tweede punt is investeringen. Als je wil verschuiven van een investering vooraf naar betalen voor gebruik, hoe gaat dat in de boekhouding van bedrijven?


Willem: Je hebt capital expenditure (CAPEX) en operational expenditure (OPEX). Die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je kan de meest goedkope oplossing kopen, maar dan ben je in het gebruik weer te duur uit. Daarin moet je de goede balans vinden.


Eric: Ook daar zie je in de traditionele bouwwereld verschillende verantwoordelijkheden, terwijl het juist gaat om de integrale benadering. Dat is de uitdaging, om eigendom en gebruik samen te bekijken én om CAPEX en OPEX samen te bekijken.

Ik wil meer weten over het pay-per-use (L.A.A.M.S) model van TRILUX

Door het versturen van dit formulier ga je akkoord met de privacyvoorwaarden

Delen via